Je klant wil “mint” in de keuken. Jij denkt aan een fris, licht groen. Zij laat een foto zien van iets wat jij eerder lichtblauw zou noemen.
Niemand vergist zich. Een kleurnaam is geen vaste kleur. Het is een afspraak tussen mensen. En die afspraak verschilt per persoon, per taal en per tijd. In deze blog lees je hoe dat zit, en wat je ermee doet in een kleuradvies.
Eén woord, veel kleuren
Neem het woord roze. Het Colour Literacy Project legt in zijn Visual Colour Glossary uit wat we daarmee aanwijzen. Kleuren die we roze noemen, zijn lichte of gedempte varianten van rood, van magenta en van sommige oranjes. Eén woord dekt dus een heel gebied aan kleuren.
Zo werkt elke kleurnaam. Dat gaat goed zolang twee mensen ongeveer hetzelfde gebied bedoelen. Het gaat mis als hun gebieden niet samenvallen.
Hoe mensen kleuren benoemen
Dimitris Mylonas en Lindsay MacDonald onderzochten hoe mensen kleuren benoemen. Ze zetten daarvoor een online experiment op. Meer dan 2500 deelnemers gaven samen meer dan 50.000 kleurnamen, in zeven talen.
Een paar uitkomsten vallen op. In het Engels gebruikte ruim de helft van de antwoorden één woord. Ruim vier op de tien gebruikten twee woorden, zoals lichtgroen of hemelsblauw. Maar 29 procent van de antwoorden was een van de elf eenvoudige basisnamen, zoals rood, groen, blauw of roze. De andere 71 procent waren andere namen. Mensen grijpen dus veel vaker naar een rijkere naam dan je zou denken.
De basisnamen werden wel sneller gegeven. Die liggen kennelijk het dichtst bij de hand.
Wie je bent, kleurt je woorden
Volgens Mylonas en MacDonald hangt de naam die iemand kiest af van taal, opleiding, beroep, leeftijd en geslacht. Een schilder, een stylist en een klant hebben dus niet vanzelf dezelfde woordenschat.
Hun voorbeeld is turquoise. Veel deelnemers noemden een groep kleuren turquoise. In een indeling met alleen elf basisnamen bestaat die groep niet. Daar wordt ze opgesplitst in blauw en groen. Voor wie het woord turquoise gebruikt, is het een eigen kleur. Voor wie het niet gebruikt, is het een tussending.
Ook kleurnamen hebben een geschiedenis
Kleurnamen zijn niet altijd hetzelfde geweest. De taalkundige Carlotta Viti onderzocht kleurwoorden in zeventig oude en moderne talen uit de Indo-Europese taalfamilie. Haar conclusie voor roze: in de meeste van die talen komt het woord van de naam van de roos. Het Latijnse rosa werd het Franse rose, het Duitse rosa en het Nederlandse roze.
Viti laat ook zien dat veel van die woorden zijn overgenomen uit een andere taal. Dat wijst erop dat roze als kleurnaam relatief jong is. De roos groeit het best in een warm klimaat en was in grote delen van Europa oorspronkelijk niet gewoon. Met het woord oranje ging het net zo. Het komt van de sinaasappel, een vrucht die in Europa lang een luxe was. Ook die kleurnaam duikt pas laat op.
Het Engels doet het anders. Daar heet roze pink. Volgens de onderzoeker Grisard komt die naam hoogstwaarschijnlijk van een bloem, de pink, een soort anjer. Die bloem is niet naar haar kleur genoemd, maar naar de gekartelde rand van haar bloemblaadjes. Het werkwoord to pink, voor knippen met een zigzagrand, bestaat al sinds de veertiende eeuw.
Ook de betekenis van een kleur verschuift. Roze stond tot in de achttiende eeuw voor aristocratische luxe, schrijft Grisard. En roze voor meisjes en blauw voor jongens was lang niet overal de regel. In delen van België, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland kregen jongens uit de hogere klasse tot in de jaren zestig roze strikken, en meisjes blauwe.
Woorden zijn gereedschap
Paul Green-Armytage, ontwerper en kleuronderzoeker, noemt woorden gereedschap om mee te denken. Hij haalt de ontwerper Ezio Manzini aan: elk nieuw woord dat je leert, is een glimp van het mogelijke.
Hij laat ook zien waar onze woorden tekortschieten. Ga van wit via roze, rood en oranje naar geel, dan heb je onderweg steeds een naam. Maak dezelfde reis van wit via groen naar geel, dan noemen we bijna alles wat je onderweg tegenkomt gewoon groen. Kleurtaal is volgens hem een mijnenveld.
Voor een adviseur is dat geen reden om woorden te vermijden. Het is een reden om ze bewust te gebruiken.
Wat je hiermee doet
Vraag door bij een kleurnaam. Zegt je klant mint, zalm of greige? Vraag haar het te laten zien. Een staal, een foto of een voorwerp zegt meer dan het woord.
Leg de kleur vast met een staal of een code. Gebruik de naam voor het gesprek, en het staal of de code voor de bestelling.
Ga niet uit van je eigen woorden. Wat jij oudroze noemt, kan voor je klant iets heel anders zijn. Je opleiding en je vak bepalen mee hoe jij kleuren benoemt.
Kies je namen bewust in een presentatie. Volgens Mylonas en MacDonald onthouden mensen een eenvoudige naam makkelijker. Een kleur die lastig te benoemen is, trekt juist de aandacht.
Breid je eigen woordenschat uit. Woorden als kleurtoon, lichtheid en verzadiging helpen je om preciezer te zeggen wat je ziet. Dan hoef je niet alles groen te noemen.
Een naam is een afspraak
Een kleurnaam is een afspraak die per persoon, per taal en per tijd verschilt. Wie dat weet, gebruikt namen voor de sfeer en legt de kleur zelf vast met een staal.
Lees ook: Je klant zegt ‘rood’. Welk rood bedoelt ze?
Wil je leren kleuren precies te benoemen en vast te leggen? Bekijk dan de opleiding Kleurkunde / Kleuradvies van de Nederlandse Kleurenschool.
Bronnen
Mylonas, D. & MacDonald, L. — Colour naming for colour communication.
Viti, C. — Semantic variation and semantic change in the color lexicon.
Grisard, D. — Pink as Method.
Green-Armytage, P. — The value of knowledge for colour design.
Colour Literacy Project — Visual Colour Glossary.