Een opdrachtgeefster wil een rode wand in haar woonkamer. Ze laat een staaltje zien dat ze in de bouwmarkt meenam. Ze noemt de naam van een verf die een vriendin gebruikte. En ze scrolt naar een foto op haar telefoon van een café waar ze laatst zat. Jij maakt een aantekening: rood.

Weken later is de wand klaar. Ze kijkt en zegt: “Zo had ik het niet bedoeld.”

Er is niets fout gegaan in de uitvoering. Het probleem zat in het begin. Jij en je klant spraken allebei over rood, maar bedoelden niet hetzelfde. In deze blog lees je hoe dat kan, en hoe je het voorkomt.

Verf en ervaring zijn twee dingen

Paul Green-Armytage, ontwerper en kleuronderzoeker uit Australië, schreef over dit probleem. Hij laat zien dat het woord kleur voor heel verschillende dingen kan staan. Welke kleur je bedoelt, hangt af van hoe je hem vastlegt.

Hij gebruikt een klein voorbeeld uit een sketch van de Britse actrice Joyce Grenfell. Een juf ziet een kleuter schilderen en zegt dat het een mooi rood schilderij is. In die ene zin zitten twee dingen. Het rood is de verf op het papier. Het mooie is wat de juf ervaart als ze kijkt. Verf kan op zichzelf niet mooi zijn. Mooi ontstaat pas bij het kijken.

Thuis maakt dat onderscheid niet uit. In jouw vak wel.

Zeven manieren om rood te bedoelen

Green-Armytage onderscheidt zeven soorten kleur. Elke soort hoort bij een andere manier van vastleggen.

De conventionele kleur is de kleur van alledag. “Rood” als woord voor iets wat je herkent. Verf en ervaring zijn daarin niet gescheiden.

De stofkleur is het materiaal dat de kleur geeft: het pigment of de kleurstof. Een laboratorium kan dat bepalen. Green-Armytage noemt vermiljoen als voorbeeld.

De formulekleur is een recept. Een verfnaam in een waaier verwijst vaak naar zo’n recept: zoveel basis, zoveel kleurpasta. Ook de waarden waarmee een scherm of printer kleur opbouwt, zijn formulekleuren.

De spectraalprofielkleur beschrijft hoe een oppervlak het licht per golflengte terugkaatst. Een spectrofotometer meet dat en toont het als een grafiek.

De psychofysische kleur zet die meting om naar getallen die passen bij hoe een standaardwaarnemer ziet.

De inherente kleur is de kleur van een oppervlak, bepaald door er een kleurstaal direct tegenaan te houden. De term komt van de Zweedse architect Karin Fridell Anter.

De waargenomen kleur is hoe het oppervlak eruitziet op zijn plek: in dat licht, op die afstand, met die omgeving. Daarin maakt Green-Armytage, met een begrip van Monica Billger, nog een onderscheid. De totaalindruk van een vlak heet de identiteitskleur. Daarnaast zie je op het vlak plaatselijke verschillen, door licht, reflectie en contrast.

Vier keer rood in één gesprek

Kijk nog eens naar je klant. Het staaltje uit de bouwmarkt legt een inherente kleur vast, mits je het tegen de wand houdt. De verfnaam van de vriendin is een formulekleur. De foto van het café is ook een formulekleur, maar dan in de waarden van haar telefoonscherm. En wat ze eigenlijk wilde, was een gevoel in haar eigen kamer: een waargenomen kleur.

Vier aanwijzingen, vier soorten kleur. Dat de wand anders uitvalt dan ze verwachtte, is dan geen toeval.

Het staal oogt anders dan de wand

Dat een staal en een wand verschillen, is ook onderzocht. Fridell Anter vergeleek voor haar proefschrift gevelstalen met hoe mensen de geschilderde gevels zagen. De gevel zag er steeds minder zwartig uit dan het staal. Lichte, weinig verzadigde kleuren werden op de gevel nog lichter. Donkere, verzadigde kleuren, zoals het Zweedse Falu-rood, werden minder donker en verzadigder.

Een staal is klein en je bekijkt het van dichtbij. Een wand is groot en je ziet hem in zijn omgeving. Ook zonder fout in de verf kan de wand dus anders ogen dan het staal.

Een systeem dat uitgaat van het oog

Volgens Green-Armytage draait het voor ontwerpers uiteindelijk om de waargenomen kleur. Daar zitten de betekenis en het gevoel. Hij raadt daarom aan te werken met een ordening die uitgaat van hoe kleuren eruitzien. Als voorbeeld noemt hij het Natural Colour System. De codes daarin zijn gebaseerd op het oordeel van veel waarnemers, die de stalen bekeken tegen wit, onder een vaste lichtbron.

Je werkt daarnaast altijd ook met de andere soorten kleur: met verf als stof, met recepten, met schermen en drukwerk. Het gaat erom dat je weet welke je op een bepaald moment in handen hebt.

Wat je hiermee doet

Vraag wat je klant meebrengt. Een staal, een naam, een foto of een herinnering aan een plek? Dan weet je over welke soort kleur jullie praten.

Neem een schermfoto niet als kleur. Het zijn de waarden van dat ene scherm. Gebruik de foto om het gesprek te voeren, niet om de kleur te kiezen.

Leg de kleur vast met een staal of een code. Dan bedoelen jij, je klant en de schilder hetzelfde.

Bespreek apart hoe het gaat ogen. In dat licht, op die plek, naast die vloer. Het staal bepaalt wat er op de muur komt. De ruimte bepaalt wat je klant ziet.

Zeg het verschil hardop. “Dit is de kleur die we bestellen. In je kamer wordt hij iets lichter.” Dan is er bij de oplevering geen verrassing.

Niet het woord, maar de afspraak

Het woord rood is niet het probleem. Het probleem is dat twee mensen elk een andere soort rood bedoelen en dat niet doorhebben. Wie de soorten uit elkaar houdt, maakt afspraken die bij de oplevering kloppen.

Wil je leren kleur zo vast te leggen en te bespreken? Bekijk dan de opleiding Kleurkunde / Kleuradvies van de Nederlandse Kleurenschool.

Lees ook de onderzoekskant op snki.nl: Rood is zeven dingen tegelijk.


Bronnen

Green-Armytage, P. — The value of knowledge for colour design.

Fridell Anter, K. — What colour is the red house? Perceived colour of painted facades.

Over de auteur

Kleurenschool

Docent aan de Nederlandse Kleurenschool met jarenlange expertise in kleurtheorie, kleuradvies en kleurvormgeving. Gepassioneerd over het delen van kennis en het begeleiden van studenten in hun kleurkundige ontwikkeling.