Samen met je klant heb je de gevelkleur uitgezocht, aan tafel, met de waaier open. Het werd een zacht, rustig lichtgeel. Nu is de schilder klaar. Je klant kijkt vanaf de stoep naar haar huis en zegt: “Dit is toch niet wat ik gekozen heb?”
Ze heeft gelijk, en toch heeft niemand een fout gemaakt. Wat ze ziet, is een bekend verschijnsel dat grondig is onderzocht. In deze blog lees je wat er op een gevel gebeurt, en hoe je het verschil vooraf bespreekt.
Het huis heeft niet de kleur die je dacht
Karin Fridell Anter, architect en onderzoeker in Zweden, promoveerde op dit onderwerp. In 2001 verscheen een samenvatting van haar proefschrift, met de titel What colour is the red house? Ze opent met iets wat veel architecten zullen herkennen: een huis krijgt niet altijd de kleur die je ervan verwachtte.
Voor kleuradvies is vooral haar onderscheid tussen twee soorten kleur nuttig. De inherente kleur is de kleur van het oppervlak zelf. Die bepaal je door er een staal recht tegenaan te houden. De waargenomen kleur is wat je ziet als je gewoon naar de gevel kijkt. Beide begrippen kwamen eerder in deze reeks al aan bod, in de blog Je klant zegt ‘rood’. Welk rood bedoelt ze?
Bij een staal uit de waaier zijn de omstandigheden steeds dezelfde. In haar onderzoek ging het om een lichtcabine met nagebootst daglicht, een wit paneel als ondergrond en een kijkafstand van zo’n 40 centimeter. Een gevel zie je buiten, in echt daglicht, op afstand en in zijn omgeving. Die twee situaties lijken nauwelijks op elkaar.
Hoe ze het onderzocht
Fridell Anter keek naar 125 geschilderde houten en gestucte gevels rond Uppsala, in Midden-Zweden. Ze verzamelde ongeveer 3600 waarnemingen. De huizen werden recht van voren bekeken, meestal van ongeveer 50 meter afstand. Zowel geoefende kleurwaarnemers als groepen leken beoordeelden welke kleur ze zagen.
Ze koos bewust voor waarnemers en niet voor een meetinstrument. Haar redenering: wil je weten wat mensen zien, dan moet je het ze vragen.
Wat er op de gevel gebeurt
Steeds weer kwamen dezelfde patronen terug.
Het sterkste patroon: op de gevel ziet een kleur er minder zwartig uit dan op het staal. Dat zag ze bij elke gevel die werd beoordeeld, en over een groot deel van alle kleuren. Wat aan zwartheid verdween, kwam terug als meer wit, meer verzadiging of een combinatie van die twee.
Bij lichte kleuren gaat het nog een stap verder. Lichte, weinig verzadigde gevels in bijvoorbeeld lichtgeel of roze zagen er op straat nog lichter uit dan het staal, en ook iets verzadigder. Sommige leken haast te stralen.
Bij donkere, verzadigde kleuren werkt het andersom. Een gevel in het klassieke Zweedse Falu-rood leek minder zwartig en juist verzadigder dan het staal.
Ook de kleurtoon verschuift. Bij oranje ligt een kantelpunt. Was de kleur geler dan oranje, dan schoof hij op de gevel verder richting geel. Was hij roder, dan verder richting rood. En blauwgroene gevels leken blauwer en minder groen dan hun staal.
Licht, achtergrond en afstand
Daarnaast bekeek Fridell Anter onder welke omstandigheden er gekeken werd. Bij diffuus licht, onder bewolking of een blauwe lucht, zagen mensen meer zwart en minder wit dan in de volle zon. Een gevel lijkt dus lichter op een zonnige dag dan op een grijze.
De omgeving bleek minder uit te maken dan ze had gedacht. Of er zomers groen achter het huis stond, kale bruine struiken in de winter of sneeuw: de gevel zag er steeds hetzelfde uit. Ze had juist bij groene huizen een effect van het contrast verwacht. Dat bleef uit.
Afstand deed er ook weinig toe. Pas op zo’n 600 meter afstand zag ze duidelijke verschillen.
Het belangrijkste inzicht: al die verschillen waren klein vergeleken met het verschil tussen staal en gevel. Dat verschil bleef bijna gelijk, in welke situatie er ook gekeken werd. Fridell Anter spreekt daarom van een “geschatte waargenomen kleur” die elke gevel heeft.
Waarom het gebeurt
Voor de oorzaak geeft Fridell Anter voorzichtige verklaringen. Een deel van het verschil kan komen doordat nagebootst daglicht in een lichtcabine niet hetzelfde is als echt daglicht. Een ander deel kan cultureel zijn. We weten hoe huizen er gewoonlijk uitzien. Afwijkingen daarvan merken we op en vergroten we in onze waarneming.
Fridell Anter is daar zelf eerlijk over: ze deed haar onderzoek in Midden-Zweden. Bij ander licht of een andere bouwtraditie kunnen de uitkomsten anders uitvallen. Wel verwacht ze, na gesprekken met collega’s uit andere landen, dat het principe ook elders opgaat.
Wat dit betekent voor je advies
Met een staal uit de waaier leg je een kleur goed vast. Maar het staal laat niet zien wat je klant straks vanaf de straat ziet. Bij een gevel weet je vaak al welke kant het op gaat: minder zwartig, en lichte kleuren nog lichter.
Als je dat weet, kun je het van tevoren met je klant bespreken. Soms kies je dan bewust een staal dat net iets donkerder of iets gedempter is dan wat je klant voor ogen heeft.
Wat je hiermee doet
Zeg het van tevoren. “Op het huis zal deze kleur lichter uitvallen dan op het staal.” Dan is het bij de oplevering geen tegenvaller, maar precies wat je had aangekondigd.
Ga bij een lichte gevel een stap donkerder of gedempter. Op de gevel trekt zo’n kleur nog verder op en kan hij bijna gaan stralen.
Kijk buiten, niet alleen aan de keukentafel. Zet een groot staal tegen de gevel, in daglicht. Doe het op een zonnige dag en op een bewolkte dag. Zo zie je de bandbreedte die je klant later ook ziet.
Zoek een huis dat al in die kleur geschilderd is. Dat vertelt je meer dan een staal.
Bestel op het staal. De schilder levert de inherente kleur, en die ligt vast in het staal. Wat je klant ziet, is de waargenomen kleur. Jouw advies brengt die twee bij elkaar.
Bestellen en krijgen
Op de waaier staat de kleur die je bestelt. Op de gevel staat de kleur die je klant krijgt. Als adviseur ken je dat verschil al voordat de schilder begint.
Wil je leren kleur buiten te beoordelen? Bekijk dan de opleiding Kleurkunde / Kleuradvies van de Nederlandse Kleurenschool.
Lees ook op snki.nl: Wat is kleur eigenlijk?
Bronnen
Fridell Anter, K. — What colour is the red house? Perceived colour of painted facades.