Blauw met oranje. Geel met paars. Rood met groen. Het zijn de bekende paren uit de kleurenleer. Ze heten complementair, en ze worden vaak aangeraden als je een spannend contrast zoekt. Maar vraag drie vakmensen wat de complementaire kleur van blauw is, en je kunt drie antwoorden krijgen. Ze hebben alle drie gelijk.
Dat komt doordat “complementair” niet één ding betekent. In deze blog lees je welke betekenissen er zijn, waarom ze verschillende paren opleveren en wat dat voor je kleuradvies betekent.
Drie manieren om een paar te vinden
De Australische ontwerper en onderzoeker Paul Green-Armytage zette de betekenissen naast elkaar. Hij kwam er drie tegen in de vakliteratuur.
Bij de eerste gaat het om licht. Twee lichtkleuren zijn complementair als ze samen wit licht geven.
Bij de tweede gaat het om verf of inkt. Twee kleurstoffen zijn complementair als ze samen een neutraal grijs of zwart opleveren.
Bij de derde gaat het om je eigen ogen. Twee kleuren zijn complementair als de ene het nabeeld is van de andere. Kijk een tijdje naar een gekleurd vlak, kijk dan naar wit, en je ziet de tegenkleur.
Vaak wordt aangenomen dat deze drie methodes op dezelfde paren uitkomen. Green-Armytage liet zien dat dat niet zo is.
Het voorbeeld van blauw
Het Colour Literacy Project maakt het concreet met blauw. Het nabeeld van blauw is een geeloranje. Wil je blauwe verf mengen tot een neutraal grijs, dan heb je een roodachtig oranje nodig. En wil je blauw licht aanvullen tot wit, dan is geel de partner.
Drie keer blauw, drie verschillende partners. Wie zegt “oranje is complementair aan blauw”, heeft dus nog niet gezegd welk oranje. En ook niet volgens welke methode.
Dezelfde verven, een andere menging
Green-Armytage laat het verschil ook zien met twee verven: een blauwe en een gele. Roer je ze door elkaar op het palet, dan krijg je groen. Schilder je ze op de twee helften van een schijf en laat je die snel ronddraaien, dan zie je iets heel anders: een doffe, grijzig roze kleur.
In het eerste geval meng je de stoffen zelf. In het tweede geval mengt je oog het licht dat van de twee vlakken komt. Het resultaat hangt dus af van hoe er gemengd wordt. Dat is precies waarom mengregels uit de ene situatie niet zomaar gelden in de andere.
Ook de cirkel zelf verschilt
Er komt nog een laag bij. In de kleurenleer wordt complementair vaak omschreven als “tegenover elkaar op de kleurencirkel”. Maar er bestaan veel kleurencirkels. De kleurwetenschapper Robert Hirschler en de kunstdidacticus Andreas Schwarz wijzen erop dat elke cirkel andere kleuren tegenover elkaar zet. In de traditionele cirkel van geel, rood en blauw staat violet tegenover geel. In de NCS-cirkel staat blauw tegenover geel.
Green-Armytage zocht een cirkel waarop alle soorten paren netjes tegenover elkaar zouden staan. Dat lukte alleen door de cirkel op sommige plekken op te rekken en op andere in te drukken. Hij noemt dat een elastische kleurencirkel. De conclusie is helder. Eén cirkel waarop elk complementair paar keurig tegenover elkaar staat, bestaat niet.
Twee woorden in plaats van één
Bij de Nederlandse Kleurenschool lossen we dit op met twee aparte begrippen. Ze horen bij De Nieuwe Kleurenleer.
Complementair gebruiken we voor kleuren die elkaars nabeeld zijn. Dat nabeeld ontstaat in ons eigen visuele systeem. Het verandert dus niet als je een ander kleursysteem gebruikt.
Polair gebruiken we voor kleuren die tegenover elkaar staan op een kleurencirkel. Welke kleuren dat zijn, hangt af van de cirkel waarmee je werkt.
Soms vallen complementair en polair samen. In de cirkel van drukwerk, met cyaan, magenta en geel, staan de complementaire paren tegenover elkaar. In andere cirkels is dat niet zo. Weten hoe dat zit in het systeem waarmee je werkt, is vakkennis.
Wat het betekent in een interieuradvies
Stel: je kiest een blauwe wand en zoekt een contrasterend accent. Jij pakt de cirkel uit je opleiding. Je klant vindt thuis een andere cirkel op internet. De schilder werkt met de waaier van zijn leverancier. Iedereen kan met recht een ander accent als “complementair” aanwijzen.
Zolang niemand zegt welk systeem geldt, kan het advies niet worden overgedragen. En een advies dat een ander niet kan volgen, is voor een professional een zwak advies.
Wat je hiermee doet
Noem het systeem. Zeg in je advies met welk kleursysteem je werkt, bijvoorbeeld NCS of RAL. “Complementair” zonder systeem erbij legt niets vast.
Gebruik polair en complementair zorgvuldig. Tegenover elkaar op de cirkel is polair. Of het ook complementair is, hangt af van het systeem.
Leg vast met een code. Schrijf niet “een complementair oranje”, maar de code van die kleur. Dan bestelt de schilder wat jij bedoelt.
Toets met echte stalen. Leg de twee kleuren naast elkaar en kijk wat ze met elkaar doen. Dat zegt meer dan hun plek op een cirkel.
Leg het je klant kort uit. Eén zin is genoeg: “In het systeem waarmee ik werk, vormen deze twee een contrast.” Dan weet je klant waar je keuze op rust.
Eén woord, meer betekenissen
Complementair klinkt als een vast begrip uit de kleurenleer. In werkelijkheid heeft het meerdere betekenissen. Wie weet welke hij bedoelt, geeft een advies dat anderen kunnen volgen en uitvoeren.
Wil je leren werken met kleursystemen en kleurharmonie? Bekijk dan de workshop Kleurharmonie van de Nederlandse Kleurenschool.
Bronnen
Green-Armytage, P. — The value of knowledge for colour design.
Green-Armytage, P. — Colours and mixing.
Hirschler, R. & Schwarz, A. — Colour misconceptions and their impact in the classroom.
Colour Literacy Project — Visual Colour Glossary.